Speekselklieraandoeningen

Algemeen

Er zijn drie paar grote speekselklieren. De parotis, ook wel oorspeekselklier (1) genoemd,  ligt links en rechts achter de kaakhoek. De bijhorende uitvoergang ligt in het wangslijmvlies tegenover de bovenste tanden. Tijdens het eten stroomt daaruit vooral waterig speeksel. In rust en ’s nachts bijna niets.

Onder de kaakhoek bevindt  zich links en rechts de submandibulaire speekselklier (2). Deze  klier is erg vaak gewoon te voelen, ook zonder ziekte.

De sublinguale speekselklier (3) vult de ruimte  onder het slijmvlies van de mondbodem. De laatste twee speekselklieren hebben hun afvoergang nagenoeg midden onder de tong.  Ze maken slijmachtig speeksel dat de mondholte vochtig houdt.

 

 

 

 

 

 

De accessoire speekselklieren zijn de vele honderden kliertjes die verspreid liggen onder het slijmvlies van de mond een keel.

Speeksel functioneert als een soort smeermiddel waardoor eten en praten gemakkelijker wordt. Ook is speeksel zeer belangrijk voor een natuurlijke  reiniging  van het gebit.

Tenslotte speelt speeksel een belangrijke rol in de afweer tegen bacteriën en maakt speeksel een begin met de spijsvertering van zetmeel. Om dit allemaal mogelijk te maken kunnen de eigenschappen van speeksel snel wisselen van taai tot dun vloeibaar.

 

Ziekten  van de speekselklieren

Aandoeningen van de speekselklieren komen af en toe voor. Sommige van deze afwijkingen zijn een onderdeel van een algemene ziekte. Dit geldt vooral voor de parotis. De bekendste hiervan is de bof, veroorzaakt door een virus. Door zijn grote besmettelijkheid is het vooral een kinderziekte. Het bofvirus wordt door speekseldruppels overgebracht. De echte ontsteking treedt pas drie weken na besmetting op. Dit is de incubatietijd. Na de infectie geeft dit bijna altijd een levenslange  immuniteit.

Zwellingen van de speekselklieren kan optreden bij een verandering van de stofwisseling, zoals suikerziekte, leverziekten of schildklierafwijkingen. Ook bij alcoholmisbruik of eetstoornissen (anorexia nervosa)  komen dergelijke zwellingen niet onfrequent voor. Deze zwellingen zijn bijna altijd dubbelzijdig. Heel wat medicamenten hebben als bijwerking dat ze de speekselproductie sterk afremmen. De meest bekende remmers zijn middelen tegen depressies, bij te hoge bloeddruk of bij urineverlies. Wanneer meerdere medicamenten tegelijk worden genomen, zoals bij vele oudere patiënten,  is de kans op deze bijwerking groter.

Bij het syndroom van Sjögren spreken we van een ontsteking van de speekselklieren. Zwelling en onsteking treden wisselend op. Deze  ziekte treedt vooral op bij vrouwen (90%). Er is een overproductie aan antistoffen, die zich hechten aan speeksel- en traanklieren en daar ontsteking en afbraak van het klierweefsel veroorzaken. Het gevolg is een droge monden, droge ogen, met veel irritatie en branderigheid van de slijmvliezen.

De speekselproductie, het slikken en de lipsluiting  zijn heel nauwkeurig op elkaar afgestemd. Wanneer het slikproces niet normaal verloopt is er vaak sprake van kwijlen. Dit komt voor bij kinderen met een motorische handicap en bij de ziekte van Parkinson. Met de speekselklieren zelf is hier dan meestal niets aan de hand.

 

Speekselsteen of lithiasis

Op alle leeftijden bestaat er kans op de vorming van een speekselsteen. Dit is een verkalking van ingedikt speeksel in de speekselklier of in de afvoergang hiervan. Meestal wordt een dergelijk steentje aangetroffen in de submandibulaire speekselklier. Door verstopping van de afvoergang kan het speeksel niet worden afgevoerd in de mondholte. Zwelling en pijn van de klier is dan vaak het gevolg. Een klein steentje kan soms spontaan verdwijnen. Iets grotere stenen worden door de kaakchirurg verwijderd door een incisie (sneetje) in de mondbodem te maken waardoor de afvoergang kan geopend worden. Soms, bij stenen in de speekselklier zelf, moet de volledige speekselklier worden verwijderd via een ingreep onder algemene narcose.

 

Mucocoele

Een veel voorkomende aandoening is een slijmcyste van de kleine speekselkliertjes in de lip. Een dergelijke cyste wordt mucocoele  (of mucocèle) genoemd en wordt voornamelijk gezien aan de binnenkant van de onderlip.

Vermoedelijk wordt een mucocoele veroorzaakt door een verstopping van de afvoergang van het speekselkliertje door op de lip te bijten of te vallen. Het speekselkliertje blijft speeksel produceren waardoor een cyste ontstaat.

Behandeling bestaat uit chirurgische verwijdering van de aangedane speekselklier. Enkel insnijden of aanprikken van de zwelling heeft geen zin aangezien het letsel op deze manier snel zal terugkomen.

Een dergelijke ingreep kan gebeuren onder lokale verdoving.

 

Ontsteking

Een ontsteking met pijn en zwelling het gevolg zijn van een al langere tijd minder goed functionerende speekselklier. Bacteriën uit de mond dringen via de afvoergang binnen en veroorzaken een ontsteking (soms erg hevig). Zwelling, pijn en soms ook koorts staan hierbij op de voorgrond. Dit zien we ook wel vaker bij patiënten in een algemeen zwakke conditie of patiënten op de afdeling intensieve zorgen.

In een eerste fase van de behandeling zal de infectie behandeld worden door antibiotica.

In uitgesproken ziektebeelden moet de infectie gedraineerd worden of de klier verwijderd worden.

 

Tumor of gezwel

Een stevig aanvoelende zwelling in een deel van de speekselklier kan soms wijzen op een gezwel of tumor. In de parotis klier is een tumor in 80% van de gevallen goedaardig. Bij verwaarlozing hiervan kunnen de afmetingen echter wel enorm worden. Verwijdering van een speekselklier tumor is altijd nodig. Sommige speekselkliergezwellen zijn kwaadaardig. Ze voelen veel harder en onregelmatiger aan. Soms is er uitval van de aangezichtszenuw, waardoor het ooglid of  de mondhoek niet meer goed beweegt.

Operatieve verwijdering van de speekselklier is in dergelijke gevallen aangewezen.

 

Onderzoek  van de speekselklier

De consultatie bij de kaakchirurg zal vooral bestaan uit het grondig navragen van de ziektegeschiedenis, de medisch- chirurgische voorgeschiedenis en uiteraard medicatiegebruik. Nadien zal de speekselklier onderzocht worden met inspectie en palpaltie (kijken en voelen).

Daarna komen andere onderzoeksmethoden aan de orde, meestal goede beeldvorming: CT-scan, MRI.

Bij een ontsteking moet altijd naar de oorzaak gezocht worden.

Wanneer er verdenking op een tumor bestaat is weefsel nodig voor onderzoek.  Wanneer de tumor kwaadaardig blijkt te zijn is vrijwel altijd een operatie nodig , soms  in combinatie met een andere vorm van therapie zoals bestraling.

Blijvend verlies van speekselklierfunctie is moeilijk te behandelen. Extra mondhygiëne is dan absoluut noodzakelijk. Bij de apotheek  is kunstspeeksel van diverse samenstelling verkrijgbaar. De speekselklieren kunnen ook gedurende een aantal uren met een medicament gestimuleerd worden.

Aangezichtschirurgen

Dr. Bénédikte Lorré
Dr. Jan Neven
Dr. Olivier Tanésy
Dr. Jan Vanhove

Contact

Telefonische afspraken: 016 20 92 09
Telefoon secretaresse: 016 20 91 90

Ligging